[ Knopen ]

INHOUD :
- Platte knoop
- Mastworp
- Schootsteek
- Paalsteek
- Trompetsteek
- Vissersknoop
- Kruissjorring
- Steigersjorring

Voor ieder taak is er wel een knoop weggelegd. Er bestaan wel honderden knopen met elk tientallen varianten. Hier volgen de knopen die we in het VNJ gebruiken :

- Terug naar "Inhoud"




Platte knoop :
De platte knoop is waarschijnlijk de meest gekende knoop die er is. Hij wordt gebruik om twee touwen van gelijke dikte aan elkaar te knopen en zal ook onder flinke spanning blijven zitten, terwijl het toch tamelijk gemakkelijk is hem los te maken.
Hij is NIET betrouwbaar voor einden van ongelijke dikten, of nylon, de knoop zal dan slippen.
De ezelsbrug is : links over rechts, rechts over links. Doe je dit fout, dus links over rechts, links over rechts, dan krijg je een "oude wijven" knoop.

- Terug naar "Inhoud"





Mastworp :
Een van de meest gebruikte beginknopen is de mastworp. Een effectieve knoop wanneer de trekrichting haaks of horizontaal is. Hij is niet zo geschikt wanneer de trekrichting varieert - dit kan de mastworp los weken.


Sla het losse eind over en rond de balk.

Sla het omzichzelf heen en opnieuw rond de balk.

Breng het losse eind omhoog en onder zichzelf door in de richting die tegen- gesteld is aan het staande deel.

De lussen tegen elkaar schuiven en de knoop aantrekken.

- Terug naar "Inhoud"




Timmersteek :
De timmersteek wordt vooral gebruikt als beginknoop voor de diagonaalsjorring, maar kan ook gebruikt worden voor hijswerk en het voortslepen van zware boomstammen.
  1. Breng het losse eind rond de stam en losjes rond het staande deel. Breng het naar voren en steek het onder het stuk van het touw dat rond de stam is geslagen. Wikkel het zo vaak als u nodig acht om zichzelf heen.
  2. Trek de knoop aan vanaf de kant van het staande deel tot het touw stevig vast zit.



Schootsteek :
Te gebruiken voor het aan elkaar knopen van touwen van gelijke of verschillende dikte. Hij kan met touwen van gelijke dikte effectiever zijn dan een platte knoop. Hij is ideaal voor het aan elkaar knopen van touwen die gemaakt zijn van verschillende materialen, natte of bevroren touwen. Hij is gemakkelijk te leggen, gebruikt niet veel touw en is snel los te maken als er niet te veel spanning op heeft gestaan. Hij slipt niet als hij op de juiste wijze is gelegd en de spanning erop niet erg wisselend is.
  1. Maak een lus in het ene touw. Breng het losse eind van het andere touw achter de lus om naar voren waar hij over zichzelf heen wordt gelegd en daarna in de lus wordt gestoken.
  2. Strak aantrekken en daarbij in de juiste vorm brengen.



Paalsteek :
Deze knoop is snel te leggen en maakt een lus die niet kan worden aangetrokken en ook niet zal slippen. Hij wordt gebruikt aan het eind van een reddingslijn of elder s waar zo'n lus nodig is.
  1. Maak een kleine lus op enge afstand van het lossen eind.
  2. Haal het losse eind erdoor, rond het staande deel en terug omlaag door de lus heen.
  3. Trek aan het losse eind om het strak te spannen en breng daarbij de knoop in de juiste vorm.



Trompetsteek :
Deze steek wordt gebruikt om een touw in te korten. Snij een touw nooit door als dat niet werkelijk nodig is. Een touw dat uit aan elkaar geknoopte stukken bestaat, heeft slechts de helft van de kracht van een touw uit één stuk. Gebruik de trompet steek om het touw in te korten (ook frequent gebruikt om tentlijnen aan te spannen.)
  1. Neem de lijn driedubbel. Maak halve steken in de stukken daarnaast en schuif ze over de betreffende lussen heen.



Vissersknoop :
Een nuttige knoop voor het aan elkaar knopen van veerkrachtige materialen. Hij eveneens goed voor natte of gladde lijnen. Dit is een zeer stevige knoop, werkt uitstekend met dunne lijnen, maar is zeer moeilijk los te krijgen. Gebruik hem wanneer je een platte knoop of een schootsteek niet vertrouwt. Niet aan te bevelen voor dikke touwen of nylon
  1. Leg de lijnen naast elkaar, de einden in tegengestelde richting. Sla het losse eind van een lijn om dat van de andere en maak een eenvoudige overhandse knoop.
  2. Herhaal dit met het losse eind van de andere lijn.
  3. Trek de knopen gedeeltelijk aan en schuif ze naar elkaar toe. Trek ze verder aan waarbij je ervoor zorgt dat ze goed tegen elkaar aan komen te liggen.



Kruissjorring :
De kruissjorring is de meest gebruikte sjorring. Je gebruikt hem vooral om twee palen met elkaar te verbinden die loodrecht op elkaar staan, vandaar de naam.
  1. Begin met een mastworp of een timmersteek. Wind vervolgens het touw rond beide balken zoals aangegeven op de tekening.
  2. Na dit drie à vier keer gedaan te hebben wikkel je touw TUSSEN beide balken (zie tek.) Dit noemt men woelen.
    Trek je woeling ZEER GOED AAN, want je woeling is een bepalende factor of je sjorring al dan niet stevig is.
  3. Eindig met een mastworp (en zorg ervoor dat je woeling niet lost
    met het leggen van die laatste mastworp !)



Steigersjorring :
De steigersjorring gebruik je om een paal te verlengen.
  1. Begin met een mastworp en wind vervolgens het touw rond beide balkjes.
  2. Woel daarna en sluit af met een mastworp op de andere balk.
  3. Leg iets hoger een tweede steigersjoring ! Anders krijg je een scharnierpunt.